De studie van Pottenger

Hier kun je artikelen/informatie over BARF en/of versvlees posten en vinden, dat als naslagwerk kan dienen voor de forumleden. Dit is GEEN vragen of discussie-categorie!

Moderator: Charlie Angel

Omlaag
Barfplaats
Gesponsord bericht

De studie van Pottenger

Berichtdoor Barfplaats

Gebruikersavatar
chooky
5-sterren
Berichten: 1293
Lid geworden op: Wo 26 Mar 2003, 00:30
Locatie: Zeist
Contact:

De studie van Pottenger

Berichtdoor chooky » Zo 07 Mar 2004, 23:39

Ik kwam bij het zoeken naar sites over het zelf samenstellen van voer voor katten op de site van Margareth Lee (http://www.absolute1.net/dieet_voeding_gezondheid.html). Daar vond ik een door haar vertaald stuk over de studie van Pottenger. Ik ben de laatste tijd vaak verwijzingen naar die studie tegengekomen. Dus het leek mij wel handig om een nederlands verslag van die studie voorhanden te hebben. Met toestemming van Margareth Lee plaats ik het stuk hier in de bieb.


Het kattenonderzoek van Pottenger bewijst volledig en op wetenschappelijke wijze dat het eten van dood voedsel organismen laat af takelen (inclusief mensen)
Het kattenonderzoek van Pottenger werd door Dr. Francis Pottenger tussen 1932 en 1942 uitgevoerd op 900 katten.  Het onderzoek zelf werd uitgevoerd samen met Dr. Alvin Foord die een pathologie professor was aan de universiteit van Zuid Californië. Het was een onderzoek dat werd uitgevoerd onder specifieke wetenschappelijke condities met een zeer nauwkeurige verslaglegging, bijhouden van tabellen, observatie en statistische analyse. Alle katten hadden een complete medische voorgeschiedenis zelfs voor het begin van het experiment.
De katten werden ingedeeld in twee groepen. Er was een controle groep die op een dieet van rauw vlees, melk en levertraan werd gezet. De andere groep kreeg een dieet van gekookt vlees en melk plus de levertraan. Het volgende gebeurde met opeenvolgende generaties van de katten.
De controle groep die een rauw dieet kreeg bleef gezond en kreeg gezonde nakomelingen in de eerste generatie. De katten die gekookt voedsel kregen hadden in de eerste generatie ook gezonde nakomelingen. In de tweede generatie begonnen er opvallende verschillende op te treden. Binnen de eerste twee generaties was de schade van het gekookte voedsel niet zichtbaar. In de vierde generatie katten kwamen echter de duidelijkste gevolgen aan het licht. De katten die rauw voedsel aten hadden nakomelingen zonder problemen, net als elke andere gezonde kat. De katten die gekookt voedsel aten konden echter geen kittens krijgen. Met andere woorden, er was geen vierde generatie katten om het onderzoek voort te zetten naar het effect van gekookt voedsel. Alle katten van de derde generatie die met gekookt voedsel waren grootgebracht, konden geen gezonde nakomelingen krijgen. Sommigen waren onvruchtbaar en de rest kreeg kittens die minder dan 6 maanden leefden. Besef wel dat in beide groepen de hoeveelheden voedsel hetzelfde waren. Het enige verschil was dat de ene groep gekookt voedsel kreeg en de andere groep niet. En de enige voedingsmiddelen die al deze katten kregen waren uitsluitend vlees, melk en levertraan. Geen enkele kat kreeg iets anders.
Nu gaan we na welke andere veranderingen ze vonden bij deze katten. De katten die rauw voedsel aten werden uiteindelijk even groot en hun vacht, weefsels en skelet waren volkomen normaal. De hoeveelheid kalk en fosfor in hun beenderen was ook goed. Hun organen groeiden normaal. Hun zenuwstelsel werkte goed en hun coördinatie was perfect. Ze waren heel goed bestand tegen infecties. Hun nakomelingen waren ook prima in orde. Hun geestestoestand was heel stabiel en vriendelijk. Je kon met ze spelen. Er waren ook geen geboortecomplicaties en het baren en voeden van de kittens verliep normaal. De katten kregen gemiddeld vijf kittens die elk ongeveer 119 gram wogen.
De katten die gekookt vlees en gekookte melk kregen, kregen in toenemende mate nakomelingen met abnormale afwijkingen in hun skelet. Hun beenderen werden zacht en breekbaar in de derde generatie. En vanaf de eerste generatie werden de volgende problemen bij alle katten die gekookt voedsel aten gevonden: niet goed kunnen zien, hartproblemen, schildklier- en blaasproblemen, problemen van het zenuwstelsel, meningitis en verlamming, infecties van diverse organen, problemen met de eierstokken en testes, leverproblemen, problemen met de beenderen, afwijkingen in het zien, ontstekingen, verstopping van de uterus, atrofiëring van diverse organen, de voortplantingsorganen lieten het afweten enzovoort. Bij de katten die gekookt voedsel aten traden ook in de eerste generatie 25 % miskramen op, 70 % van de nakomelingen van de tweede generatie was een miskraam en in alle gevallen was het baren moeilijk en soms overleden de poezen tijdens het baren. De kittens van moeders die gekookt voedsel aten, wogen ook ongeveer 19 gram minder dan die van de katten die rauw voedsel aten. Hun huid begon ook achteruit te gaan, met parasieten, striemen en allergieën. Bij elke generatie werden deze problemen steeds erger.
In de derde generatie waren de botten van de katten uit de groep die gekookt voedsel aten rubberachtig geworden. Hun geestestoestand was ook niet meer normaal. In elke nieuwe generatie werden de katten meer onvoorspelbaar, sneller geïrriteerd, ze beten en krabten meer en waren minder speels enzovoort. De katers werden heel rustig en er trad een achteruitgang op in hun libido en sexuele interesse, terwijl de vrouwtjes zeer agressief werden. Sex met hetzelfde geslacht nam ook heel veel toe.
De katten kregen vervolgens weer rauw voedsel om te zien wat er zou gebeuren. Pas na vier generaties katten op een normaal gezond dieet werden weer volkomen normale katten geboren. Dit is dus wat we weten van dit experiment. De katten kregen drie generaties lang gekookt voedsel. De derde generatie kon geen vierde generatie produceren. Deze katten kregen toen weer hun normale rauwe voedsel om te zien wat er zou gebeuren en er waren vier generaties nodig om terug te keren tot volledig normale katten.
We zijn er niet zeker van hoeveel generaties mensen nodig zijn om de complete chaos te bereiken net als de katten, maar we kunnen de tekenen ervan al zien. Elke nieuwe generatie mensen die nu wordt geboren heeft steeds meer complicaties en gezondheidsproblemen op steeds jongere leeftijd dan de vorige. We zien nu dat kinderen ziekten krijgen die vroeger alleen bij oudere mensen voorkwamen.
Maar laten we weer naar de katten kijken. Wat de wetenschappers merkten was dat verschillende lichaamsdelen van de katten verschillende tijdsperioden nodig hadden om weer normaal te worden. Sommige systemen hadden een generatie nodig: sommige hadden twee generaties nodig enzovoort. Maar over het algemeen duurde het voor deze groep katten vier generaties voordat alles helemaal normaal was geworden.
Hier zijn wat meer resultaten van dit experiment. Het experiment werd herhaald, maar in plaats van gekookt vlees kregen de katten een derde van het dieet in rauw vlees plus tweederde van hun dieet in gekookte, gezoete melk. De enige verandering was hier dus dat de katten melk kregen waar iets mee was gedaan. Opnieuw waren de resultaten hetzelfde. Ook al was het vlees nu rauw, de aanwezigheid van de bewerkte melk leidde tot problemen. Een andere opmerkelijke waarneming was dat de poezen na een dieet van gekookt voedsel gedurende 12 tot 18 maanden, nooit meer normale kittens konden krijgen en dat alle kittens één of andere afwijking hadden.
Een soortgelijk experiment werd uitgevoerd met ratten. De ratten werden door een heel andere groep wetenschappers bestudeerd. Er waren twee groepen ratten. Eén groep kreeg volkoren tarwe die gezond was, en een andere groep kreeg het witte meel na bewerking, die je in de supermarkt vindt. De ratten die opgroeiden met wit meel, waren kleiner dan gemiddeld, agressief en vijandig, en hadden heel veel gebitsproblemen. De ratten die volkoren tarwe kregen hadden geen problemen.
Nog een soortgelijk onderzoek werd gedaan met varkens. Een groep varkens kreeg een dieet van bewerkt voedsel. En opnieuw had deze groep gezondheidsproblemen en nakomelingen met afwijkingen. Met varkens hoefde slechts één generatie gezond te eten en de nakomelingen waren weer normaal. Zoals je kunt zien lijkt het erop dat verschillende dieren die verschillend voedsel eten, in verschillend tempo ziek worden en weer beter worden na het eten van bewerkt voedsel, maar ze takelden allemaal af door gekookt voedsel. Dat is de ene constante factor, de degeneratie van het lichaam, de geest en de emoties na het voeren van bewerkt voedsel.
Lizzy
Moderator
Berichten: 55301
Lid geworden op: Ma 24 Mar 2003, 19:28
Contact:

Re:De studie van Pottenger

Berichtdoor Lizzy » Ma 08 Mar 2004, 10:52

Super Eva! Dank je wel!

Terug naar “Bibliotheek BARF”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast