Deel 3:
Houdt er rekening mee dat in het meeste voer geen of weinig vit.C zit.
Dat is geen kritiek integendeel vit C oxideert snel wanneer de verpakking open is, dat
gebeurt ook omdat de hoeveelbeid vit.C erg klein is in een zak van b.v. 15 kilo.
Ook bij de fabrikage van het voer, door verhitting gaat er veel vit.C verloren.
Een fabrikant kan de hoeveelbeid vit.C niet garanderen ook kan hij zich niet houden
aan de specificatie op pak of zak.
Samengevat, onze hond is een slechte producent van vit.C, er zit weinig of geen
vit.C in zijn voeding, voor een goede opbouw heeft de hond wel veel vit.C nodig.
Ons lichaam groeit 20 jaar, de hond groeit in een jaar gigantisch en zwaart het tweede
jaar uit, tot volwassen bond.
Hoe groter het ras hoe groter de kans op H.D., de dosis vit.C moet aangepast worden aan de
grootte van de hond.
Dr.Belfleld suggereert ook dat de pup ook extra vit.C nodig heeft voor alle stress die hij
krijgt in zijn jonge leven.
De pup wordt gespeend, gescheiden van moeder en de andere pups,onvrijwillig vervoerd
naar een plaats met andere geuren een vreemd huis, wordt geprikt met naalden, haast
vergiftigd door een wormmiddel, ontdaan van eventuele wolfsklauw en bij sommige
rassen knippen ze ook nog een stuk van je staart af.
Terwijl de pup al gestrest is van zijn enorme groei en het krijgen van tanden.
De groei vraagt samen met de stress om een extra hoeveelheid vit.C voor de productie van
een goede kwaliteit collageen.
De in het wild geboren pup daarentegen, blijft bij z'n moeder en kan spelen en leren samen
met de andere pups, mag zijn wolfsklauwen en staart houden, wordt niet ingeent en is niet
overfokt door domme mensen.
Ziekten, vlooien, teken en wormen zorgen voor zijn stress.
Maar de wilde pup krijgt wel vit.C in de vorm van de lever en de inhoud van de
maag van de prooidieren, hij eet bessen, planten en fruit.
Onze "huispup" krijgt voer uit een pak, blik of zak, in een conditie, op de grens van
scheurbuik, hij rent en speelt en dat met spieren en botten, zwak door een tekort aan
kwaliteits collageen, met botten en spieren welke niet met dezelfde snelheid groeien.
De slecht opgebouwde spieren, banden, botten en gewrichten kunnen de krachten niet aan
die vrij komen bij het spelen, springen en rennen, de heup, kniegewricbten en banden
beschadigen en H.D. is het gevolg.
Dat kan in een paar uur of minder bet geval zijn, en dat gaat niet meer over.
De oplossing.
Dr. Belfield dacht dat de oplossing voor de hand lag: voorkom heupdysplasie door
voldoende vit.C te geven.
Hij heeft het uitgeprobeerd bij verscheidene nesten Duitse Herders.
Een ras met serieuse H.D. problemen.
De ouders hadden zelf H.D. of zij hadden H.D. pups voortgebracht.
Het eerste teefje had erg slechte heupen en had gesteriliseerd moeten worden.
Dr. Belfield gaf 2OOO mg vit. C per dag zodra de teef drachtig was, 8 pups werden geboren,
deze kregen 50 tot 100 mg vloeibare vit.C vanaf de geboorte tot dat ze niet meer gespeend
werden, vanaf dat punt tot 4 maanden 550 mg poeder vit.C door het eten.
Dit werd verhoogd tot 1000 mg toen ze 18 maanden oud waren,, vanaf 24 maanden 2000 mg.
Geen van deze honden hadden H.D.
Een ander teefje had twee nesten gehad, zij werd gedekt door twee verschillende H.D.
vrije reuen.