DEEL 5:
Het onderzoek onderzocht eveneens of de gecastreerde honden dikker werden, maar vond daarvoor niet echt bewijzen, maar het sluit het ontwikkelen van meer onderhuidsvet niet uit, omdat studies met ratten deze uitkomst na castratie wel gaven.
Met betrekking tot het karakter wordt geconstateerd, dat de gecastreerde honden actiever waren en dat de als pup reeds gecastreerde honden meer opgewonden waren. Het zijn juist deze karakterveranderingen die Duitse trainers van werkhonden zeer huiverig hebben gemaakt van vroege castratie, omdat het trainen veel moeilijker gaat en in sommige gevallen zelfs onmogelijk blijkt. In één nest ontwikkelden 4 van de 7 puppies zware gedragsproblemen onafhankelijk van het wel of niet gecastreerd zijn, hetgeen erop kan wijzen dat het hier om een erfelijk probleem ging. Drie wel geholpen puppies uit dit nest werden geplaatst, maar liepen binnen 4 weken weg. De oorzaak daarvan is niet bekend.
Het meest duidelijke resultaat van het reeds castreren van puppies was het niet tot ontwikkeling komen van de penis en de vulva. Die bleven in een infantiel stadium, maar gaven in de onderzochte groep geen problemen. Waarbij ik dan de vraag stel: kwam dat soms, omdat de hondjes extra aandacht en verzorging kregen, zodat er geen ontstekingen rondom de vulva ontstonden?
De eindconclusie van de onderzoekers is, dat er veel meer en langduriger onderzoek nodig is om meer te weten te komen over de gevolgen van het castreren van puppies.
Zwervend baarmoederweefsel
Melissa S. Wallace, DVM is de auteur van ‘The Ovarian Remnant Syndrome in the Bitch and Queen’. Zij constateert, dat het zowel in honden, als in katten, voorkomt, dat er nog een cyclus optreedt, alhoewel castratie heeft plaats gehad. Deze cyclus gaat gepaard met bloedingen, zwelling van de vulva, attractief voor reuen, het doen van meer plasjes en het staan voor de reu. Sommige van deze teven laten zich zelfs dekken. De oorzaak van deze verschijnselen is, dat er eierstokweefsel aanwezig is op andere plaatsen dan normaal gesproken te verwachten zou zijn. Ook kan de oorzaak zijn gelegen in het feit, dat net niet al het eierstokweefsel is weggenomen. Eierstokweefsel op andere plaatsen kan ontstaan, omdat er tijdens de operatie een stukje eierstok wordt gemorst, dat zich dan op een andere plaats in het lichaam weer ontwikkelt. Wel constateert de onderzoekster, dat het fenomeen zich vaker voordoet in katten dan in honden. Maar treedt dit verschijnsel op in een gecastreerde teef, dan is een nieuwe operatie nodig om het weefsel dat het probleem veroorzaakt weg te nemen. Vooraf moet dan wel vastgesteld worden of er inderdaad eierstokweefsel aanwezig is. Een andere mogelijkheid is een behandeling met hormonen, maar die kunnen weer vervelende bijwerking geven.
Nogmaals gevolgen van vroege castratie
‘Long-term outcome of gonadectomy performed at an early age or traditional age in dogs’ is de titel waaronder Lisa M. Howe, DVM, PhD, DACVS, Margaret R. Slater, DVM, PhD, Harry W. Boothe, DVM, MS, DACVS, H. Phil Hobson, DVM< MS< DACVS, Jennifer L. Holcolm, BS and Angela C. Spann, BS hun onderzoek publiceerden. Het onderzoek werd verricht in 2 verschillende asiels, waarbij geldt, dat een normale castratie leeftijd in dit onderzoek circa 24 weken en ouder is en een vroege castratie onder de 24 weken wordt verricht. Tussen 41 en 64 maanden na de castratie werden de eigenaren van de honden opgebeld en hen werd een gestandaardiseerde vragenlijst voorgelegd. Uiteindelijk kwam informatie beschikbaar over 269 honden, dat wil zeggen over 42% van de honden die een castratie hadden ondergaan. Alle honden werden, voor zo ver mogelijk, 48 maanden na de operatie gevolgd