Deel 4:
In het Concise Oxford Veterinary Dictionary staat dat Type I overgevoeligheidsreacties worden veroorzaakt door een antigeen reagerend met weefsel masT cellen, met specifieke antistoffen op hun membranen. Hierdoor komen stoffen vrij die ontstekingen veroorzaken. De verschijnselen van Type I overgevoeligheid variëren van soort tot soort, maar kunnen gepaard gaan met verstopping van de luchtwegen, diarree, overgeven, kwijlen, buikpijn en blauwzucht. (Het woord 'ontsteking' staat centraal in het debat over vaccins.)
In een verhandeling voorbereid door R Brooks van de Commonwealth Serum Laboratories Limited voor de Australian Veterinary Journal (oktober 1991), getiteld 'Adverse reactions to canine en feline vaccins', worden reacties van het systeem op vaccins omschreven.
Onder Type I overgevoeligheid blijkt uit de verhandeling dat aanvankelijke rusteloosheid, overgeven, diarree en kortademigheid tot de klinische verschijnselen bij honden behoren. Brooks schrijft dat sommige gevallen tot bewusteloosheid en de dood leiden.
Als een vooraanstaand werk op het gebied van inflammatoire (allergische) reacties op de vaccinatie wordt het onderzoek beschouwd dat werd verricht door Dr Larry Glickman en Dr Harm HogenEsch van de Purdue University, hoewel er ruime keuze is in andere onderzoeksresultaten. Hun verhandeling werd gepresenteerd op de International Veterinary Vaccines en Diagnostics Conference, in 1997.
Het team bestudeerde de effecten van regelmatige vaccinatie op het immuunsysteem en maagdarmsysteem van Beagles. Eén controlegroep werd niet gevaccineerd en de andere groep werd gevaccineerd met een commerciële cocktail op leeftijd van 8, 10, 12, 16 en 20 weken en met een rabiësvaccin op leeftijd van 16 weken.
De gevaccineerde groep ontwikkelde betekenisvolle niveaus van auto-antistoffen van fibronectine, laminime, DNA, albumine, Cytochrome C, transferrine, cardiolipine, en collageen. Dit duidt erop dat honden, wanneer zij gevaccineerd zijn, hun eigen biochemisch systeem beginnen aan te vallen: zij worden allergisch voor zichzelf. Dr William R La Rosa van de Hayward Foundation, die sponsor was van het onderzoek, merkte op: "... de overweging moet zijn dat iets in het vaccin één van de oorzaken is (bij de genetisch gevoelige hond) van ziekten als hartstoornissen, huidaandoeningen, nierontsteking, etc."
Eén conclusie van het CHC onderzoek was bijvoorbeeld dat 53,7% van de honden met nierbeschadigingen deze aandoening voor het eerst kregen binnen de drie maanden na vaccinatie. Dat is nauwelijks verrassend wanneer men naar de studie van Purdue kijkt, want één van de biochemische stoffen die na de vaccinatie worden aangetast is laminine, en laminine beschermt de niercellen.
Ook blijkt uit een onderzoek van dierenarts Ilse Pedler dat auto-antistoffen op collageen een verklaring kunnen geven voor de toestand van de gewrichten van honden en katten. Bestanddelen van vaccins zijn ook gevonden in het beenderstelsel van patiënten met artritis, en andere studies tonen aan dat vaccins artritis veroorzaken.
Het is tevens verontrustend dat de studie van Purdue aantoont dat gevaccineerde honden auto-antistoffen op hun eigen DNA aanmaken, hetgeen erop wijst dat vaccins genetische schade veroorzaken, en we moeten ons afvragen wat voor zin het heeft om wetenschappelijk onderzoek te verrichten naar genetische aandoeningen van onze honden, wanneer we voortdurend bezig zijn met het introduceren van nieuw aandoeningen tengevolge van vaccins.