INENTINGEN BIJ DE KAT
Kattenziekte:
Het kattenziektevirus verwoest het slijmvlies van het darmstelstel. Het dier gaat daardoor heftig braken en krijgt een ernstige diarree met veel bloed. Uitdroging volgt en de weerstand neemt snel af. De meeste katten sterven er aan. Van zwangere katten, dier besmet raken maar toch nog voldoende weerstand hebben om er zelf niet aan te sterven, worden de kittens vaak met een hersenafwijking geboren.
Er wordt 2x tegen ingeënt op 12 en 15 weken. Herhaling eens in de 3 jaar is waarschijnlijk voldoende.
Niesziekte:
Het gaat hier om twee verschillende virussen, die beide ongeveer dezelfde ziekteverschijnselen geven: het calicivirus en het rhinotracheitisvirus (een herpesvirus). Onbeschermde dieren krijgen ontstekingen van de slijmvliezen van de ogen, de neus en de mond- en keelholte. De dieren hebben koorts, voelen zich ellendig, en willen niet eten en drinken. De weerstand neemt af en uiteindelijk kunnen ze er aan sterven.
Jonge kittens, die door de moeder zijn besmet hebben nogal eens last van oogontstekingen en snotneuzen, die slecht willen genezen. Vaak houden ze er een chronische vorm van niesziekte aan over waarbij ze regelmatig weer opnieuw ziek worden met ontstoken oog- en neusslijmvliezen.
Een heel nare vorm van de ziekte is die waarbij een constante zeer pijnlijke ontsteking ontstaat van het tandvlees en de slijmvliezen van de mond- en keelholte. Vaak kunnen ze niet of slecht eten van de pijn en is het ingeven van medicijnen bijna onmogelijk. Het resultaat van een behandeling is vaak teleurstellend.
Anders dan bij kattenziekte, is de bescherming tegen niesziekte door inenting niet perfect. Het zijn virussen, die regelmatig muteren waardoor varianten ontstaan, die in staat zijn de kat toch min of meer ziek te maken. Daarom zou er eigenlijk vaker tegen moeten worden ingeënt dan we nu doen.
Entschema: op 12 en 15 weken en een jaarlijkse herhaling. Zeker bij bezoek aan een pension raden we aan dat de laatste enting niet langer dan een half jaar tevoren is gegeven.
Een van de vervelende veroorzakers van niesziekte in pensions is niet een virus maar een bacterie. Tegen deze Bordetella bacterie (zie ook onder kennelhoest in pensions ed bij honden) is tegenwoordig ook een vaccin beschikbaar. Net als bij de hond wordt dit in de neus gedruppeld.
Leucemie:
Katten kunnen besmet raken met een virus, dat leucemie veroorzaakt. In Nederland komt dit virus betrekkelijk weinig voor. Dit komt omdat men hier al in het begin van de zeventiger jaren is begonnen om de ziekte bij raskatten uit te bannen en dat is goed gelukt. Er kan tegen worden ingeënt maar dat wordt, vanwege diverse bezwaren, niet standaard gedaan.
.....eigenlijk heeft Bosliefie de basis entingen dan toch gehad? of weet je precies wat ze wèl heeft gehad?
maar bedenk wel dat ondanks dat ze binnenpoes is, jij ook virusjes mee naar binnen kunt nemen?
zelf zou 'k (als ze die basisentingen dus wèl gehad heeft) niet meer enten..