Dit artikel vond ik (op zoek naar een 'homeopathische tandarts') op deze site:
http://www.nvbt.nl/info-add-geneesw.htm#homtandHomeopathie op celniveau bewezen.
Groot nieuws voor het bestaansrecht van de homeopathie.
Op 8 nov jongst leden heeft Roel van Wijk officieel in Duitsland zijn onderzoek naar de werking van de similiaregel gepresenteerd voor een internationaal gezelschap. Het onderzoek heeft tot nu toe 6 jaar geduurd en deze fase is nu officieel afgesloten. Het onderzoek is gepubliceerd in de meest vooraanstaande bladen op toxicologisch gebied. Het onderzoek sluit aan op bestaande onderzoeken overal in de wereld met name op het gebied van HSP eiwitten.
HSP eiwitten, letterlijk heat shock proteines, zijn beschermeiwitten in de cel, die gevormd worden na een beschadiging van een cel door bijv. hitte. Het verschijnsel is het eerst bestudeerd bij een beschadiging door hitte. Vandaar de naam. Echter bij elke beschadiging van de cel worden HSP eiwitten gevormd. Het meten en quantificeren van deze eiwitten gebeurt met gel-electroforese. Dit is een procedure, die overal in de wereld wordt toegepast. De eiwitten worden gescheiden door ze over een gel te laten lopen. Het molecuulgewicht is hierin bepalend. De lichtste eiwitten lopen het snelst. Het is dus een scheiding op molecuulgewicht. Na diverse bewerkingen zien we dan het resultaat: Een verticale strip met overal zwarte streepjes. Dit zijn de zogenaamde "straatjes".
Ik heb indertijd over dit belangrijk onderzoek in samenwerking met Roel van Wijk een videoband gemaakt. Deze band is indertijd onder de NVHT leden verspreid. De band is voor liefhebbers nog steeds bij de videotheek van de NVBT te bestellen à 34,- euro. Voor VSM is dit de aanleiding geweest om zelf ook een videoband te maken.
Het onderzoek is ook verschenen in een boek: The similia principle in surviving stress: Mammalian cells in homeopathy research. R.van Wijk en F.A.C.Wiegant. Het gemakkelijkste is het om het boek bij VSM te bestellen.
De proef in het kort:
A. Het blijkt dat een celbeschadiging door bijv. hitte, cadmium of arsenicum etc. een specifiek beeld geeft van HSP eiwitten. Een heel specifiek straatje. Elke toxische stof geeft een specifiek beeld. Aan dit beeld is dus later te zien aan welke toxische stof de cel is blootgesteld geweest. We zouden dit het GENEESMIDDELEN BEELD kunnen noemen.
B. Geven we de cel na de beschadiging een tweede gelijke maar zwakkere schadelijke dosis, dan zien we een vergrote produktie van deze specifieke HSP eiwitten. De aanmaak van HSP eiwitten kan 2 tot 3 maal zo groot worden. Het gevolg is dan ook dat er minder ( de helft) cellen dood gaan. Dit kan zelfs minder dan de helft bedragen. De verklaring hiervoor moet dus gezocht worden in die tweede maar zwakkere prikkel.
C. Wordt de cel niet eerst blootgesteld aan een sterke toxische belasting, maar krijgt hij toch deze zwakke tweede prikkel, dan zien we nauwelijks tot geen toename van deze specifieke HSP eiwitten.
D. Wordt de cel blootgesteld aan een sterke toxische prikkel en de tweede zwakkere toxische prikkel is niet gelijk aan de eerste prikkel, dan zien we geen toename van HSP eiwitten.
Dus alleen als de tweede prikkel gelijk is aan de eerste prikkel is er een reactie van de cel te zien. Dit is te zien aan een toename van de specieke HSP eiwitten. Dit is het similia principe.
Er zijn ontelbare proeven gedaan met vele variaties. Bijvoorbeeld : Hoe sterk (verdund) moet die tweede prikkel zijn? Hoeveel tijd mag er verstreken zijn na de eerste prikkel? Kan de tweede dosis ook remmen?
Tot zover was dit resultaat bekend na de eerste 4 jaar van het onderzoek. Enkele nieuwe inzichten van de laatste 2 jaar zijn:
1. Als er een te lange tijd versterken is na de eerst prikkel, dan helpt een tweede zelfde maar zwakkere prikkel niet meer. Er is duidelijk een tijd, dat de cel heel gevoelig is voor de 2e maar zwakkere prikkel. Geven we het middel dan toch, dan werkt het toxisch. Er worden zeker niet meer, mischien zelfs wel minder HSP-eiwitten aan gemaakt.
2. De cel reageert dan nog wel op andere zwakkere prikkels, die tezamen in hun beeld ook deze HSP-eiwitten hebben zitten. De complex homeopathie. De cel heeft dan geen last van de veel bredere informatie tot het vormen van HSP eiwitten. Alleen die bandbreedte wordt gebruikt die correspondeert met de eerste toxische prikkel. Verklaring: Deze moet gezocht worden onder hetgeen in punt C. vermeld is. Dit sluit heel aardig aan bij de praktijk. Het lichaam gebruikt alleen datgene uit het complex-preparaat wat het kan gebruiken. Van de vele overtollige informatie heeft het geen last. Vooral dit punt ontlokte bij de klassiek homeopathen verbazing. Zou complex homeopathie dan toch werken? Belangrijk is hierbij de sterkte van de tweede prikkel. Is de tweede prikkel te sterk dan kan er een toxisch effect ontstaan. Er ontstaat dan juist een verergering. Er worden minder HSP eiwitten aangemaakt. De cel gaat als het ware actie ondernemen op de 2e verkeerde lage dosis i.p.v. de schade te herstellen van de oorspronkelijke hoge 1e dosis. Roel van Wijk spreekt van een zwakke of sterke prikkel. Hij bedoeld hiermee: zwak is meer verdund. Hij neemt echter het woord potentie niet in zijn mond om niet direkt naar de homeopathie te verwijzen. Deze conclusie moet men zelf maar trekken.
Dit onderzoek is geniaal van opzet juist door zijn eenvoud. Het sluit aan op bestaande onderzoeken in de wereld. Cellen nemen we aan, kennen geen placebo-effect. Dit bewijs met HSP eiwitten is algemeen wetenschappelijk aanvaard en is waterdicht.
conclusie's:
1. Op cel niveau is de werking van het similiaprinciepe bewezen.
2. De beginverergering in de homeopathie kunnen we begrijpen, doordat er meer HSP eiwitten aangemaakt worden. Dit is een verergering van de ziektesymptomen.
3. Isopathie wil wel eens niet werken. Een verklaring hiervoor kan zijn, dat het moment van de schade te lang geleden is. Een komplexmiddel of er een op gelijkend middel ( =homeopathie) werkt dan wel.
4. Misschien moeten we de chronische fase eerst weer acuut maken, zodat we weer een gunstig moment hebben voor de isopathie?
De vraag is nu natuurlijk: Hoe lang gaat het duren totdat zo'n baanbrekend wetenschappelijk onderzoek doordringt in andere medische regionen. Er zal veel weerstand ontstaan, omdat men nu totaal andere medische inzichten zal moeten accepteren. Het onderzoek zet letterlijk alles wat men weet op zijn kop. Is men bereid tot enig gezichtsverlies, omdat de homeopathie altijd te vuur en te zwaard bestreden is?
De huidige stand van zake kan het beste geillustreerd worden met het feit, dat men van Renckes ( voorzitter van de vereniging tegen kwakzalverij) in het boek " Tandheelkundig jaar '97 " onder redactie van Prof. Dr. van der Kwast een groot artikel geplaats heeft. Hierin roept hij collega's op actie tegen deze mensen (ons) te ondernemen o.a. door tuchtrechtelijke maatregelen. De kritiek is niet onderbouwd en de auteur is of wil niet op de hoogte zijn van het laaste wetenschappelijk onderzoek. En wetenschap is toch zo iets als wat juist deze mensen zo hoog in hun vaandel hebben staan. Wetenschap wordt kennelijk alleen gebruikt als het in je kraam te pas komt.
De toekomst:
De proef kan verder uitgebreid worden van cellen naar bijvoorbeeld enkelcellige organismen zoals algen. Verder naar gekweekte organen. etc. Roel van Wijk wil nu eigenlijk eerst een pas op de plaats maken. Het is nu belangrijker om dit bereikte resultaat te verspreiden dan om het onderzoek verder uit te breiden met de kans dat het in de ijskast verdwijnt. Hij is van plan om de proef te herschrijven in een makkelijk leesbaar boek of syllabus, zodat het als een curriculum aan de Universiteit gedoseerd kan worden.
Nu de similiaregel wetenschappelijk vastligt zal en moet de medische opleiding en wetenschap een andere richting op moeten gaan. Er komt een nieuwe dimensie bij.
Roel van Wijk heeft voor dit onderzoek op 22 nov. jongsleden de Arij Vrijland prijs uitgereikt gekregen. Hierbij zit ook een geldprijs van F20.000,-. Deze wil hij o.a. gaan besteden aan verder onderzoek en het verspreiden van dit onderzoek.
Grote mogelijkheden ziet Roel van wijk op het gebied van de preventie. Te denken valt er aan chemotherapie, bestraling, inentingen etc. Meteen na deze eerste toxische dosis kan er meteen een tweede veel lagere dosis gegeven worden.
Literatuur:
In de volgende tijdschriften is over dit onderzoek gepubliceerd:
1. Int.J.Hyperthermia 8: 377-394. 8: 701-716. 9: 137-150. 10: 643-652. 10: 115-125. 11: 719-732.
2. Biochem.Biophys. Res.Comm.197: 265-272.
3. Cell Biol.Toxicol.9: 49-59
4. Toxicology 99: 19-30. 116: 27-37.
5. Toxicol.Appl.Pharmacol.132: 146-155. 135: 100-109.
6. J.Cell. Biochem.19B(suppl): 202. 19B (suppl):205.
7. Radiat.Environ.Biophys.34: 169-175.
8. J.Cell.Physiol.169: 364-372.
9. J.Biol.Chem.272: 26850-26856.